Sociaal constructivisme

 

Het ontstaan van het Sociaal Constructivisme.

 

Vroeger werd er in opvattingen over leren geen aandacht besteed aan de aard van de leerprocessen of activiteiten die leiden tot waarneembaar gedrag. Vanaf ongeveer 1960 gaat de leerpsychologie zich steeds meer bezighouden met informatieverwerkingsprocessen, die zich voltrekken bij het uitvoeren van een leertaak of het oplossen van een probleem.

Het onderzoek en het denken over de rol van mentale processen bij het uitvoeren van leeractiviteiten noemt met cognitieve psychologie. Deze psychologie is in tegenstelling tot de Behavioristische leerpsychologie procesgericht.

 

Deels als reactie op, maar ook voortkomend uit de cognitieve psychologie, is vanaf ongeveer 1980 een aantal opvattingen ontstaan over het leren als een actief proces van kennisverwerving en over de aard van de kennis. Deze stroming wordt Constructivisme genoemd. De principes van het Constructivisme zijn:

·         Leren als kennisverwerving is een actief proces dat steeds meer onder eigen verantwoordelijkheid van de lerende plaatsvindt.

·         Leren is een proces van kennis construeren.

·         Leren is voortbouwen op reeds aanwezige kennis.

·         Leren is een sociaal proces.

·         Leren is contextgebonden.

 

Dit betekend dat de ontwikkeling van de lerende steeds meer wordt gestuurd door de lerende zelf. Hij verleent betekenis aan individuele of collectieve ervaringen en bouwt voort op de reeds aanwezige kennis. Kennis wordt ontwikkeld en gedeeld met anderen in een bepaalde situatie.

 

De combinaties van kennis, vaardigheden en attitude noem je ook wel competentie. Of iemand competent is, zie je vooral aan de wijze waarop hij handelt. In de handeling wordt duidelijk of de leerling, kennis, vaardigheden en attitude kan toepassen in bepaalde situaties. Competentiegericht leren is leren dat te kunnen. Het aanleren of overdragen van kennis en vaardigheden wordt niet meer ervaren als betekenisloos en fragmentarisch, maar als bruikbaar in een bepaalde situatie. Kennis, vaardigheden en attitude worden betekenisvol.

 

De principes.

 

De omslag in het denken over leren en onderwijzen is onder andere terug te voeren op de ontwikkeling van het inzicht in hoe de mens informatie verwerkt en toepast. Leerpsychologen in de Verenigde staten begonnen in de jaren zestig de mens te zien als informatieverwerkend wezen. Deze theorie heeft geleid tot een brede leertheoretische stroming: de cognitieve leerpsychologie.

Een belangrijke uitingsvorm van deze leerpsychologie is het Constructivisme. Constructivisme staat voor een aantal visies. De aanhangers denken over kennis, kennisverwerving, leren en instructie verschillend. Het Constructivisme heeft als basisprincipe dat de lerende de informatie die vanaf buitenaf wordt aangeboden, niet passief opneemt, maar actief construeert. Dat wil zeggen de informatie wordt geïnterpreteerd, bewerkt en aangepast in samenhang met de aanwezige voorkennis, vaardigheden , verwachtingen en behoeftes. Kennis ontstaat pas wanneer de leerling iets doet met de informatie.

In het Constructivisme is vooral veel aandacht voor de functie van voorkennis. Uit onderzoek is gebleken dat nieuwe kennis en vaardigheden geconstrueerd worden met behulp van reeds aanwezige betekenisvolle voorkennis. Tegelijkertijd kunnen oude kennis en oude betekenissen gereconstrueerd worden tot een nieuw betekenisvol geheel.

 

Het Sociaal constructivisme is ontstaan binnen de sociale psychologie. Het basisprincipe van deze stroming is dat mensen hun werkelijkheid construeren door interactie met de medemens. De subjectiviteit van de menselijke waarneming wordt als uitgangspunt genomen: er is niet een waarheid, maar er zijn meerdere naast elkaar.

 

Krachtige leeromgeving.

 

Het begrip krachtige leeromgeving is een uitwerking van een constructivistisch ideaal voor leeromgeving. Dit zijn omgevingen waarin het lerende kind uitgedaagd wordt om samen met anderen actief te leren. Het leren wordt gesitueerd in een concrete context. Bijvoorbeeld een slootonderzoek, iemand interviewen die veel kennis heeft over een bepaald onderwerp, het bouwen van een maquette en dergelijke. De intrinsieke motivatie om te leren wordt vergroot. Kenmerkend voor een krachtige leeromgeving is:

·         Dat er rekening wordt gehouden met de behoefte en mogelijkheden van de individuele leerling.

·         Dat er mogelijkheden zijn tot verschillende leerervaringen en leeractiviteiten. (uitdagend en uitnodigend)

·         Dat de activiteiten realistisch zijn.

·         Dat de leraar een voorbeeldfunctie heeft, een leermeester is die voordoet, toelicht en doelen formuleert en bewaakt.

·         Dat de leraar op verschillende manieren begeleidt.

·         Dat de leerling sturing aan zijn eigen leerproces kan geven.

·         Het ontwikkelen van het besef van bekwaamheid (competentie) bij de leerling.

 

Vanuit het sociaal constructivisme wordt meer in gespeeld op houdingen, samenwerking en van zelfstandigheid en minder uitgegaan van meetbaarheid van competenties. De nadruk wordt gelegd op de subjectiviteit van beoordelen en observaties en op de beoordeling door de leerling zelf.

 

In het onderwijs.

 

Door te benadrukken dat kennis niet wordt aangereikt, neemt men afstand van het principe kennisoverdracht. Ook de modellen van didactische analyse en directe instructie komen daarbij onder druk te staan. Deze modellen kennen een grote rol toe aan de leraar bij het leren van de leerling.

Bovengenoemde ontwikkelingen hebben een belangrijke perspectiefwisseling tot gevolg. De activiteit van de lerende wordt het middelpunt van het onderwijs. De rol van de leraar komt ten dienste te staan van het lerende kind. Er is sprake van meer leerling gestuurd onderwijs dan leraar gestuurd onderwijs. Ook het zelfsturing geven aan eigen leerproces via het werken met portfolio is geïnspireerd op het Sociaal constructivisme.

 

We gaan uit van verschillende rollen van de leraar:

·         De leraar als ontwerper van leeromgevingen.

·         De leraar als expert op het gebied van vakinhouden en didactiek.

·         De leraar als model.

·         De leraar als coach.

 

 

 

De leraar zal meer aandacht besteden aan:

·         De procesvoorbereiding, zoals het nadenken over speel- en leerstijlen, leerfasen, leervormen en het begeleiden van leerprocessen.

·         Het stimuleren van het lerende kind om leer en denkactiviteiten in verschillende situaties toe te passen.

·         Feedback geven tijdens het proces.

·         Het creëren van een rijke leeromgeving.

  

 

 

 

 

Alkema, E, van Dam, E, Kuipers, J, Lindhout,C, Tjerkstra, W.(2009). Meer dan onderwijs, Theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool. Assen: Van Gorcum.