Advies
Basisschool ‘De Kameleon’ staat bekend als een degelijke, traditionele school met klassikaal onderwijs in een leerstofjaarklassensysteem. De school maakt, naast gebruik van standaardmethodes, ook gebruik van moderne leermiddelen (o.a. computers) en toetst de leerlingen regelmatig op geleverde prestaties.
Er is een toegenomen diversiteit van de schoolpopulatie. Dit uit zich in grote niveauverschillen.
Er zijn leerlingen die niet of minder cognitief ingesteld zijn. Deze worden door het lesmateriaal minder aangesproken.
Over deze leerlingen wordt dan ook veel geklaagd door de leerkrachten. Ze zijn moeilijk te motiveren, ze houden zich vaak niet aan de regels en zijn vaak tijdens de les bezig met iets anders.
De basisschool weet zich geen raad met deze problemen, omdat de school een leerstofgerichte, klassikale school is. Ook de methodes zijn hier op gericht.
Wij maken het lesmateriaal voor de leerlingen aanspreekbaar. De leerlingen zullen daarom gaan werken met andere lesmethoden, die beter aansluit bij de wensen van de school.
We brengen de leerlingen en het schoolteam in aanraking met verschillende leerstijlen waarbij verschillende leermethodes naar voren zullen komen. Dit zal uiteindelijk tot een krachtige leeromgeving moeten leiden waarin de leerlingen zich kunnen vinden.
Dit zullen sociaal constructivisme, meervoudige intelligenties en samenwerkend leren zijn.
Wij zullen deze onderwijs methoden naar voren laten komen in een lessenserie voor groep 5/6 die gedurende 4 weken voor wereldoriëntatie en Nederlands zullen gelden.
Eerst zullen we wat dieper ingaan op deze onderwijsmethoden. We laten u kennis maken met de verschillende leerstijlen waarmee leerlingen aan het werk gaan en waarom dit belangrijk is. We kunnen hierop ingaan door eerst duidelijk te maken wat meervoudige intelligenties zijn.
We onderscheiden acht soorten intelligenties, vandaar de term meervoudige intelligentie. Het is voor een kind belangrijk dat zijn of haar intelligentie wordt herkend, dan kan het zich ontwikkelen en worden aangesproken. Het leerproces van menswording kan op diverse wijzen verlopen. In de westerse cultuur wordt de verbale en logisch- mathematische intelligentie hoog gewaardeerd. Gardner, een Amerikaanse leerpsycholoog, ontwikkelde in de jaren tachtig een theorie van meervoudige intelligenties (MI). Hij vond het belangrijk dat de kinderen hun natuurlijke capaciteiten en gaven kunnen ontwikkelen en ontdekken. Zijn definitie van intelligentie is “het vermogen van de mens om problemen op te lossen en producten te maken die in een cultuur gewaardeerd worden.”
· Talige intelligentie denkt in woorden en formuleert gemakkelijk, houdt van lezen, praten en schrijven. Hij kan goed zijn eigen ideeën en gedachten onder woorden brengen, leest met inzicht en begrijpt waarover het gaat. Hij kan ook goed argumenteren en beschrijven.
· Logisch- mathematische intelligentie is geïnteresseerd in getallen en speelt er graag mee. Hij kan goed informatie ordenen en lost graag wiskunde problemen op. Hij denkt zorgvuldig na en heroverweegt bij het oplossen van problemen. Hij redeneert logisch en accuraat en denkt kritisch.
· Visueel- ruimtelijke intelligentie neemt de werkelijkheid waar via beelden en kleuren, heeft gevoel voor kleurnuances en tekent vaak figuurtjes om iets vast te houden. Hij experimenteert graag met ontwerpen en schetsen. Hij denkt en schrijft plastisch (beelden). Ook kan hij zich snel oriënteren in gebouwen, steden, wijken, enzovoort. Hij werkt verder graag met grafieken en overzichten.
· Muzikaal- ritmische intelligentie leeft in geluid en muziek, neemt snel melodieën op, zingt en neuriet graag. Hij bespeelt vaak een muziekinstrument en werkt met muziek op de achtergrond. Hij heeft een sterk gevoel voor ritme, stijl, nuances in stemgebruik en is een boeiende verteller.
· Lichamelijk- kinetische intelligentie reageert meestal met trefzekere bewegingen. Hij heeft een sterk gevoel voor het gebruik van het eigen lichaam. Hij houdt van sport en maakt snel lichamelijk contact. Bovendien is hij sterk in de fijne motoriek en leert gemakkelijk door iets te doen of te spelen. Hij sleutelt en knutselt graag.
· De inter-persoonlijke intelligentie houdt van contact met anderen en werkt graag samen. Hij voelt scherp aan wat een ander bezig houdt en spreekt daar gemakkelijk over. Bovendien voelt hij zich prettig in groepen, houdt van feestjes en gezelligheid en is graag bereid anderen te helpen.
· Intrapersoonlijke intelligentie blijft op de achtergrond. Hij leef tin een eigen wereld en houdt van dagdromen. Hij kent zijn eigen zwakheden en sterke kanten goed en stelt hoge eisen aan zichzelf. Verder neemt hij scherp waar wat er gebeurt. Hij heeft gevoel voor poëzie, filosofie en reflectie en schrijft graag in een dagboek.
· Natuurgerichte intelligentie is geïnteresseerd in de natuur en herkent snel kenmerken van planten en dieren. Hij observeert en verklaart graag veranderingen in de natuur. Verder leert hij het beste door waarnemen (buiten) verzamelen en ordenen. Hij gaat ook graag met dieren om en maakt er contact mee.
Leerlingen kunnen dus op meer soorten succesvol zijn, want er bestaan meerdere soorten intelligenties. Het is om die reden belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan elk kind met zijn of haar eigen vorm van intelligentie. Deze acht vormen van intelligentie kunnen invloed hebben op de manier van lesgeven. Dit noemen we paradigmaverandering, dit kan zelf ertoe leiden dat het onderwijsprogramma herzien moet worden.
Naast de meervoudige intelligenties werken we ook met het Sociaal Constructivisme. Hier zullen we eerst wat dieper op ingaan, zodat u weet wat dit inhoud en waarom het belangrijk is voor de leerling.
Vanaf ongeveer 1980 een aantal opvattingen ontstaan over het leren als een actief proces van kennisverwerving en over de aard van de kennis. Deze stroming wordt Constructivisme genoemd. De principes van het Constructivisme zijn:
· Leren als kennisverwerving is een actief proces dat steeds meer onder eigen verantwoordelijkheid van de lerende plaatsvindt.
· Leren is een proces van kennis construeren.
· Leren is voortbouwen op reeds aanwezige kennis.
· Leren is een sociaal proces.
· Leren is contextgebonden.
Dit betekend dat de ontwikkeling van de lerende steeds meer wordt gestuurd door de lerende zelf. Hij verleent betekenis aan individuele of collectieve ervaringen en bouwt voort op de reeds aanwezige kennis. Kennis wordt ontwikkeld en gedeeld met anderen in een bepaalde situatie.
Tot zover het sociaal constructivisme. Verder willen we de leerlingen ook laten kennis maken met het samenwerkend leren.
Verschil samenwerken en samenwerkend leren
Kinderen willen graag samenwerken. Wanneer de leerkracht een opdracht geeft waarbij samenwerken aan de orde komt, kiezen de kinderen zo snel mogelijk een vriendje of vriendinnetje uit en werken ze samen aan de opdracht.
Samenwerkend leren wordt echter ingezet om bewust te werken aan samenwerkingsvaardigheden. Samenwerkend leren biedt dus ook structuur en diepgang.
Veilig pedagogisch klimaat
Om samenwerkend leren geheel tot zijn uiting te laten komen is het belangrijk dat er een goed pedagogisch klimaat heerst in de klas. Om dit te bereiken is het verstandig voorafgaand aan het samenwerkend leren afspraken te maken over het taalgebruik, de rolverdeling en de verwachtingen van de groep en het individueel groepslid. De leerkracht kan tijdens het samenwerkend leren één vaardigheid centraal stellen zodat hij weet wat hij wil bereiken en wat hij verwacht van de kinderen.
Basiskenmerken
Het samenwerkend leren bestaat uit een vijftal kenmerken wat ervoor kan zorgen dat de leerkracht enkele handvatten heeft om samenwerkend leren toe te passen in de klas en weet hoe de opdrachten geformuleerd moeten worden.
Positieve wederzijdse verantwoordelijkheid
De kinderen moeten tijdens de opdracht het gevoel krijgen dat elk groepslid nodig is om de opdracht tot een goed resultaat te maken. ze moeten een groepsdoel stellen. Dit kan de leerkracht bereiken door een taakverdeling te maken. Daarin krijgt elk groepslid een taak wat uiteindelijk een deel is van het eindresultaat. Naast de taakverdeling kan het groepsdoel nog meer bereikt worden door de opdracht zo te maken dat materiaal en informatie gedeeld moeten worden.
Individuele verantwoordelijkheid
Naast de groepsverantwoordelijkheid is het de bedoeling dat de leerlingen individuele verantwoordelijkheid dragen. Ze moeten dus na afloop kunnen vertellen hoe het proces verliep en s wat hun eigen rol was in dat proces.
Directe interactie
De opdracht moet zo geformuleerd zijn dat elk kind uitgenodigd wordt veel te praten. Dit zorgt ervoor dat er veel kennis en ideeën uitgewisseld worden. Zo merken de leerlingen op den duur ook dat ze samen als groep meer weten dan één persoon. Zorg er wel voor dat alle leerlingen taalruimte krijgen. Maak dus duidelijke afspraken wie aan het woord is.
Aandacht voor samenwerkingsvaardigheden
Een leerkracht moet aandacht besteden aan inscholing. Inscholing zorgt ervoor dat de leerkracht bewust nadenkt en aandacht besteedt aan samenwerkingsvaardigheden. Een leerkracht kan vooraf aan het samenwerkend leren bewust stilstaan bij een te oefenen vaardigheid. Hij geeft dan aan dat deze vaardigheid na afloop beoordeeld wordt bij de leerlingen.
Evaluatie van het samenwerken
Na afloop van de opdracht kijkt de leerkracht samen met het groepje leerlingen naar het proces en het product wat ontstaan is tijdens het samenwerken. Hierbij leren de kinderen te reflecteren op het proces. Enkele vragen voor de evaluatie over de samenwerking:
- Heeft iedereen zijn rol gehouden?
- Wat ging goed bij de samenwerking?
- Wat ging minder goed bij het samenwerken?
- Wat zou je volgende keer anders gaan doen?
- Wat heb je geleerd van de medeleerlingen? Etc.
Tijdens het toepassen van deze vaardigheden leren de kinderen van elkaar (zowel kennis als vaardigheden). Dit kan doordat de leerling A leerling B iets voordoet, leerling A en B iets samendoen of dat leerling B leerling A nadoet (ook wel modelling genoemd).
De bovenstaande situaties (het voordoen, samendoen en nadoen) zijn leersituaties voor beide leerlingen want de leerlingen moeten hun eigen gedachte onder woorden brengen. Daarnaast leren de leerlingen argumenten te geven en door te luisteren naar de medeleerling krijgen ze nieuwe inzichten en verbindingen waarop ze hun eigen waarheid aan kunnen passen.
Kinderen willen graag samenwerken. Wanneer de leerkracht een opdracht geeft waarbij samenwerken aan de orde komt, kiezen de kinderen zo snel mogelijk een vriendje of vriendinnetje uit en werken ze samen aan de opdracht.
Samenwerkend leren wordt echter ingezet om bewust te werken aan samenwerkingsvaardigheden. Samenwerkend leren biedt dus ook structuur en diepgang.
Natuurlijk is het nog niet vanzelfsprekend om met deze leerstijlen te werken op de basisschool. Wel zijn er al methodes die aandacht besteden aan deze verschillende leerstijlen [1]
Rekening houdend met het doel van een krachtige leeromgeving.
Dit houd in, een leeromgeving waarin alle leerlingen in contact worden gebracht met zinvolle onderwijsinhouden en waarbij actief en samenwerkend leren in sociale en interactieve situaties wordt gestimuleerd.
Om deze krachtige leeromgeving in de onderwijsinhouden terug te laten komen, hebben wij nieuwe methoden onderzocht voor taal en wereldoriëntatie. Hierbij zijn wij tot de conclusie gekomen dat de methode taal actief geschikt is voor het taalonderwijs, omdat de methode is afgestemd op de meest recente leerdoelen.
De methode bevat naast de leerboeken een duidelijke handleiding, een map met kopieerbladen en computerprogramma’s voor extra oefening of extra hulp.
De methode gaat in op de verschillende leerstijlen. Dit wordt door verschillende uitwerkingen gedaan.
Van de leerlingen worden aspecten verlangt als: dat ze naar elkaar luisteren, spreken, samen teksten schrijven en samen reflecteren. Op deze manier werken de kinderen aan samenwerkend leren.
Een van de belangrijkste punten waarom wij voor Taal Actief hebben gekozen, zijn de differentiatiemogelijkheden van de methode en het inspelen op de meervoudige intelligenties (onder andere door verschillende verwerkingen). [2]
Wij hebben gekozen voor De grote reis aangezien deze methode alle aspecten die de directeur graag terug ziet komen in de methode, hierin ook heeft verwerkt.
In De grote reis komen meervoudige intelligenties, samenwerkend leren en sociaal constructivisme aan bod. Dit houd in dat de methode rekening houd met de verschillende niveau’s van de leerlingen, kinderen laat samen werken en de kinderen ook op een natuurlijke manier laat werken (kinderen verlenen zelf betekenis vanuit omgeving en sociale processen). Het materiaal van deze methode is veelzijdig en functioneel.
Binnen de methode kan er gekozen worden voor verschillende werkvormen. De leerkracht kan per les beslissen of er klassikaal instructie wordt gegeven of dat de leerlingen individueel met een opdracht bezig gaan of tweetallen. Er zijn ook verschillende groepsopdrachten.
De grote reis heeft voor ieder kind iets. Dus ook met betrekking tot de meervoudige intelligenties voldoet De grote reis in de wensen van De Kameleon. Er zijn 10 verschillende werktaken mogelijk.
-Plantaak
-Knutseltaak
-Tekentaak
-Theatertaak
-Onderzoekstaak
-Taaltaak
-Ontdektaak
-Kijktaak
-Kooktaak
-Speltaak
Door al deze variatie komt elk kind met zijn eigen kwaliteit aan bod. Een van de belangrijkste punten die de doorslag heeft gegeven voor ons als projectgroep is het feit dat ‘De grote reis veel mogelijkheden bied voor het werken met de verschillende niveaus en van leren binnen een klas.[3]
Voor voorbeelden van uitgewerkte lessen van Taal en Wereld Oriëntatie verwijs ik u door naar de lesssenseries die ook op onze site zijn geplaatst.
[1] Alkema, E, van Dam, E, Kuipers, J, Lindhout,C, Tjerkstra, W.(2009). Meer dan onderwijs, Theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool. Assen: Van Gorcum. geraadpleegd op 29-12-2010
2 https://www.malmberg.nl geraadpleegd op 03-01-2011
[3] https://www.degrotereis.nl geraadpleegd op 03-01-2011
https://www.rug.nl/let/voorzieningen/etoc/PO-samenwerkendleren geraadpleegd op 03-01-2011