Wereldoriëntatie week 3

  

Lesvoorbereidingen voor week3 les 1.

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: aardrijkskunde, klimaat, WO
Tijd: 40

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

De kinderen hebben al vaker aardrijkskunde les over het weer/klimaat gehad.

Verantwoording:
Samenwerkend leren: Samenwerken in groepjes.
Meervoudige intelligenties: Verbaal-linguistisch, Lichamelijk-kinesthetisch
Sociaal constructivisme: Gesprek vooraf in de inleiding.

 

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

De kinderen leren iets over de
 verschillende klimaten.

Papier A3, tekenmateriaal

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie

10 min.

 

 

 

 

 

 

 

 

15min

 

 



 

 

 

 

5 min.

 

 

 

10 min.

Inleiding:
De leerkracht verteld dat het niet overal op de wereld hetzelfde is als in Nederland. Niet alleen qua klimaat, maar ook de culturen en mensen verschillen.

 

Kern:
De leerkracht hangt foto’s op het bord van verschillende landen en klimaten. De kinderen moeten in groepjes overleggen waar ze juist wel zouden willen heen verhuizen, en waar juist niet. Ze bedenken ook waarom.

Ze schrijven de voor en nadelen op, en praten hierover in hun groepje.

 

Afsluiting:
Per groepje maken de kinderen op een groot vel papier een tekening van hun ideale woonomgeving. Ze gebruiken de voordelen die ze eerst hebben opgeschreven.

Ze overleggen met elkaar wat er getekend moet worden, zodat alle voordelen van de woonomgevingen op het bord erin zitten.

 

 


   De leerkracht vraagt wie er wel eens verhuist is, en of de nieuwe woonomgeving erg verschillend is van de oude.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Als ze klaar zijn, wordt het in de klas besproken.

 

 

 

 

 

 

De leerkracht deelt zelf de papieren uit (a3) en tekenmateriaal.


De kinderen zitten gewoon achter hun tafel.

 



 

 

 

 

 

Aan hun eigen tafel. Tafels staan in groepjesvorm
zodat kinderen kunnen luisteren na elkaar en over-
leggen.

 




 

 

 

 

 

 

 

Hier wordt ook weer gewerkt in groepjes.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lesvoorbereidingen week 3, les 2. Wereldoriëntatie.

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: WO
Datum:
Tijd: 40 min

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

De leerlingen weten al iets over mensen die vrijwillig verhuizen.

Verantwoording:
Samenwerkend leren: Klassengesprek in de afsluiting.
Meervoudige intelligenties: Verbaal-linguistisch, inter-persoonlijk.
Sociaal constructivisme: Gesprek in de klas en doorgaan op reeds aanwezige kennis.
Eigentijds: n.v.t.

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

De leerlingen leren iets over verhuizen.

werkblad.

Pen en papier.

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie

10 min.

 

 

 

 

10 min.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 min.  

Inleiding:
De leraar blikt terug op de vorige les. De leraar legt uit dat we het gaan hebben over mensen die wel moeten verhuizen.



Kern:
 De leraar behandelt in de kern les 1 uit hoofdstuk 1 van het boek Een wereld van verschil van groep 6. Indien deze methode niet in de school aanwezig is, wordt het werkblad gebruikt, die bijgevoegd is.

 

 

 

 

 

 

Afsluiting:
De leraar bespreekt het werkblad en de leerlingen mogen onderling op elkaar reageren.

Zorg ervoor dat de leerlingen zelf herhalen waar voorgaande les over ging. Laat ook de kinderen zelf met ideeën komen waarom mensen nou zouden moeten verhuizen.

 

 

 

 

 

 

De leerkracht legt kort uit wat de bedoeling is, waarna de leerlingen zelfstandig werken aan de opdrachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De leerlingen mogen een klassengesprek houden over de ingevulde antwoorden op het werkblad. Zorg ervoor dat je als leerkracht elk kind aan het woord laat komen en dat de leerlingen meer op elkaar reageren dan dat u als leerkracht doet.


Er wordt klassikaal teruggeblikt en het wordt klassikaal besproken.

 

 

 

 

 

 

 

 

De uitleg is klassikaal en de opdracht is individueel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bespreking van het werkblad is klassikaal en meer leerkracht gericht, maar het klassikale gesprek is met de leerlingen onderling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Werkblad Waarom verhuizen mensen?

Uit: Een wereld van verschil, groep 6, hoofdstuk 1, les 1, malmberg den Bosch.

Lees de stukjes tekst goed door. Geef antwoord op de vragen, schrijf ze in je schrift.

Mensen verhuizen. Ze verhuizen naar een andere plaats of zelfs naar een ander land. Soms omdat ze willen, soms omdat ze moeten.

 

Wonen in jouw buurt ook mensen uit andere gebieden?

 

Waarom zijn zij verhuisd?

 

Naar Utrecht

‘Mijn moeder en ik woonden eerst in een dorp in Drenthe. Ik kon daar lekker buiten spelen. Ruimte genoeg! Mijn moeder werkte in een winkel in het dorp. Maar toen de winkel dichtging, werd ze werkloos. In Utrecht kon ze ander werk vinden. Nu wonen wij in die grote stad. We moesten wel wennen aan het drukke verkeer. Op school heb ik al twee vriendinnen.’

Uit een ver land

‘In Irak is een man de baas. Iedereen in het land moet doen wat hij zegt. Hij is een dictator. Mijn vader was het niet eens met de dictator. Daarom werd hij gezocht door de politie. Toen voelde hij zich niet veilig meer in Irak. Samen zijn we gevlucht: mijn vader, mijn moeder en ik. We kwamen terecht in Utrecht. Hier hoeven we niet bang te zijn. Ik hoop dat de dictator niet lang meer de baas blijft. Dan kunnen we terug naar ons eigen land.’

 

Wat zou jij allemaal meenemen als je moest verhuizen naar een ver land?

 

Op zoek naar werk

‘Mijn opa woonde in een dorp in Turkije. De mensen waren er arm. Werk was er bijna niet. Toen hoorde mijn opa dat er in Europa volop werk was. Daarom is hij naar Nederland gegaan. Later is mijn oma ook naar Nederland verhuist. Samen met mijn vader. Mijn vader was toen nog klein. In de vakantie ben ik in Turkije geweest. Op bezoek bij familie. Dat was gezellig, maar toch woon ik liever in Nederland.

 

Verhuizen voor werk of voor veiligheid

Soms moeten mensen verhuizen, omdat er dicht bij huis geen werk is. Zij moeten weg uit hun woonplaats, of zelfs weg uit hun land. Soms moeten mensen verhuizen voor hun veiligheid. Zij vluchten uit hun land, omdat ze niet mogen zeggen wat ze willen. In zo’n land is een dictator aan de macht. De politie houdt iedereen in de gaten. Mensen met een andere mening gaan de gevangenis in. Vaak worden ze met de dood bedreigd. In Nederland mag je wel je eigen mening laten horen.
Sommige mensen kunnen kiezen waar ze willen wonen. De een woont graag in een dorp. De ander in een stad. De een wil een tuin, de ander niet. Smaken verschillen.

 

Kan iedereen kiezen waar hij wil wonen? Waarom wel/niet?

 

 

Lesvoorbereidingen voor week 3, les 3. Wereldoriëntatie.

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: WO
Datum:
Tijd: 55 min

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

De leerlingen weten al veel over verhuizen en over steden.

Verantwoording:
Samenwerkend leren: Klassengesprek in de afsluiting.
Meervoudige intelligenties: Verbaal-linguistisch, inter-persoonlijk.
Sociaal constructivisme: Gesprek in de klas en doorgaan op reeds aanwezige kennis.
Eigentijds: n.v.t.

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

De leerlingen leren iets over verhuizen. De kinderen leren over het wonen in de

grote stad.

Wereldkaart, schooltv of activeboard.

 

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie

10 min.

 

 

 

 

 

 

30 min.

 

 

 

 

 

 

15 min.

Inleiding:
De leraar blikt terug op de vorige les. Hij laat de leerlingen op de wereldkaart Peru aanwijzen. Hij vraagt aan de leerlingen hoe het zal zijn in de hoofdstad daar te wonen.



Kern:
De leraar laat het filmpje zien:

https://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20051031_peru01.

Daarna wordt er dieper op de inhoud doorgegaan met vragen.

 

 

 

Afsluiting:
De leerlingen moeten een oplossing bedenken voor de problemen uit dit filmpje. Dit mogen ze in tweetallen of in groepjes doen. Ze vertellen elkaar daarna de oplossingen. Andere kinderen mogen op de oplossingen reageren en vragen stellen.

De leraar moet ervoor zorgen dat er al eerder informatie over Peru is gegeven. Probeer als leerkracht ook vragen te stellen zoals:

Waarom is het daar anders dan wonen in onze hoofdstad? Wat zijn de verschillen?

 

 

 

 

 

 

Stel als leerkracht de vragen:

Zou jij daar in de grote stad willen wonen? Als je daar wel woonde, wat zou je dan doen? Hoe zou het leven in een sloppenwijk eruit zien? De leraar bouwt een discussie op met de leerlingen en stelt vragen.

 

 

 

 

 

 

Als leerkracht moet je eerst zorgen dat de problemen goed duidelijk zijn voor de leerlingen, zodat ze weten wat er opgelost moet worden.

 


De leerlingen zitten gewoon op hun eigen plek.

De les wordt klassikaal gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit vindt klassikaal plaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De leerlingen kunnen in groepjes bij elkaar gaan

zitten om te discussiëren over de problemen.