Probleemstelling

 

De probleemsituatie van basisschool de Kameleon.

 

 

Over basisschool de Kameleon.

Basisschool ‘De Kameleon’ staat bekend als een degelijke, traditionele school met klassikaal onderwijs in een leerstofjaarklassensysteem. De school maakt, naast gebruik van standaardmethodes, ook gebruik van moderne leermiddelen (o.a. computers) en toetst de leerlingen regelmatig op geleverde prestaties. Met dit beleid werd tot voor kort hoog gescoord. Veel kinderen konden worden doorverwezen naar het HAVO/VWO.

De problemen.

Er is een toegenomen diversiteit van de schoolpopulatie. Dit uit zich in grote niveauverschillen.

Er zijn leerlingen die niet of minder cognitief ingesteld zijn. Deze worden door het lesmateriaal minder aangesproken.

Over deze leerlingen wordt dan ook veel geklaagd door de leerkrachten. Ze zijn moeilijk te motiveren, ze houden zich vaak niet aan de regels en zijn vaak tijdens de les bezig met iets anders.

 

De basisschool weet zich geen raad met deze problemen, omdat de school een leerstofgerichte, klassikale school is. Ook de methodes zijn hier op gericht.

Er zijn leerlingen die laag scoren op cognitieve taken en dit leid tot een dalend gemiddelde score op de CITO vorderingstoetsen.

 

Af en toe is er door de school geëxperimenteerd met groepswerk. Dit leidde meestal niet tot een bevredigende taakverdeling. Er waren veel ruzies tijdens de onderlinge verdeling van de groepsopdrachten. Deze tegenvallende experimenten hebben ertoe geleid dat groepswerk zelden wordt toegepast.

 

Ook heeft Floris Bovenmeester, de directeur, vaak gesprekken met ouders. Ouders geven hierin aan dat de schoolpresentaties van hun kinderen verslechteren.

De volgende kritische uitspraken werden genoteerd:

 

·         “De kinderen moeten leren dat ze elkaar respecteren.”

·         “Mijn dochter vindt het niet leuk meer op school. We gaan op zoek naar een andere school.”

·         “Jullie moeten er voor zorgen dat alle kinderen het leuk vinden om naar school te gaan.”

·         “Ze zouden meer moeten leren samenwerken, zodat er minder ruzies ontstaan.”

·         “Kinderen die niet goed kunnen leren, moeten geholpen worden.”

·         “Er gaan veel minder kinderen naar het HAVO/VWO dan een paar jaar geleden.”

 

De directeur trekt zich de kritiek van de ouders aan. De school geeft niet het beeld weer  van een uitdagende, inspirerende en veilige leeromgeving die het voor alle kinderen zou moeten zijn.

Advies van de schoolbegeleidingsdienst.

 

De schoolbegeleidingsdienst wordt om advies gevraagd. Deze zegt dat de school meer tegemoet zou moeten komen aan de diversiteit van de leerlingen. Bij ieder kind zijn andere leerstijlen en talenten aanwezig. Er zijn op andere scholen goede ervaringen opgedaan met Samenwerkend leren. Hierin wordt gebruik gemaakt van de diversiteit tussen leerlingen. En dit levert weer een bijdrage aan een krachtige leeromgeving. Ook vinden ze dat het onderwijsconcept van de school zich meer zou moeten richten op het sociaal constructivisme. Ook wordt er gewezen op een nieuwe trend: het gebruik maken van meervoudige intelligenties.

 

Wensen van de directeur.

De directeur van de school heeft behoefte aan verdergaand advies en vraagt een projectgroep van de PA om hulp. In dit advies moet naast een analyse van de huidige knelpunten, aanbevelingen bevatten voor het vernieuwen van het onderwijsconcept. Het zou ook voorlichting moeten bieden aan de ouders. Deze moeten namelijk ook een duidelijk beeld krijgen van de richting waarin de school zich gaat ontwikkelen.

De problemen spitsen zich toe op de leeftijdsgroep van 9/10 jarigen. Daarom wordt in de eerste instantie gekozen voor een pilot gerichte aanpak op groep 5/6. Men wil graag eerst de vakken Nederlands en Wereldoriëntatie aanpakken, omdat deze het meest verouderd zijn.

Er moet een programmaopzet komen waarmee verschillende leerkrachten gedurende 4 weken kunnen werken.

Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het doel een krachtige leeromgeving. Hierin moeten all kinderen in contact worden gebracht met zinvolle onderwijsinhouden waarbij actief en samenwerkend leren in sociale en interactieve situaties wordt gestimuleerd.

 

Met de uitwerking, de programmaopzetten, moet de projectgroep met een aanbod komen voor minstens 4 weken. Er moeten minstens 4 zelfbedachte lessenseries van elk 3 lessen inzitten voor Nederlands en Wereldoriëntatie.