Wereldoriëntatie week 4

 

Lesvoorbereidingen voor week 4 les 1. Wereldoriëntatie

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: WO
Datum:
Tijd: 50 min

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

De leerlingen kunnen al verschillende soorten bomen benoemen en herkennen.

Verantwoording:
Samenwerkend leren: Samenwerken in groepjes van twee.
Meervoudige intelligenties: Verbaal-linguistisch, lichamelijk-kinesthetisch, interpersoonlijk.
Sociaal constructivisme: Vragen naar voorkennis/ activeren ervan.
Eigentijds: Mogelijkheid tot gebruik van internet, boeken en/of tijdschriften.

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

De kinderen iets leren over

verschillende boomsoorten.

 

Internet, boeken, tijdschriften, papier, potlood,

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie

10 min.

 

 

 

 

 



 

30 min.

 

 

10 min.

 

 

Inleiding:
- Leerkrachten vraagt aan leerlingen over verschillende boomsoorten die ze kennen. 

-Leg opdracht uit.

 

 

 


Kern:

- Naar buiten, boom onderzoeken in 4-tallen. Op internet e.d. informatie opzoeken + werkbladen maken.

 

Afsluiting:

Kinderen mogen een tentoonstelling maken van de informatie de ze hebben gevonden. En het aan elkaar presenteren.

Onderstreept verschillende boomsoorten uit de buurt.

Controleer of iedereen het begrepen heeft.

Aan het eind van de uitleg vragen stellen ter controle: ‘Wat gaan we nu doen, Pietje?’

 

Kinderen mogen zelfstandig buiten een boom onderzoeken met hun groepje. Daarna mogen ze zelf in school informatie opzoeken.



 

De kinderen kunnen de gevonden informatie presenteren op tafels. Anderen kinderen kunnen de tentoonstelling komen bekijken en er vragen over stellen. De leerlingen zelf geven informatie over hun eigen boom.

 

In de kring. Zo kun je als leerkracht meteen zien 
wie opletten en wie niet. Wel zo dat leerlingen 
het bord kunnen zien.

 



 

 

 

 

 

De kinderen mogen zelfstandig op een 
aangewezen plek onder begeleiding van de 
leerkracht bomen onderzoeken.

 

 

 

 

 

Dit gebeurd in de klas. De leerlingen 
maken tafelgroepjes waarop
ze dit kunnen tentoonstellen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lesvoorbereidingen voor week 4, les 2. Wereldoriëntatie.

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: WO
Datum:
Tijd: 50 min

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

De kinderen weten al wat over de soorten bomen, ze gaan nu de bladeren onderzoeken.

Verantwoording:
Samenwerkend leren: n.v.t.
Meervoudige intelligenties: Verbaal linguïstisch,

 logisch mathematisch.
Sociaal constructivisme: Herinneren aan de vorige

 les (voorkennis)
Eigentijds: n.v.t

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

Het samenwerkingsgevoel vergroten 
in de klas. De kinderen met de zintuigen

laten werken.

werkblad, bladeren, bomen. Potlood of pen.

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie


10 min.

 

 

 

 



 

 

 

30 min.

 

 

 

 

 

 

10 min.

Inleiding:
Terug blikken op vorige les.

De leerlingen krijgen hetzelfde groepje om in te werken en een boomblad. De leerlingen moeten de bijbehorende boom bij het blad gaan zoeken.

 



Kern:

De leerkracht legt het werkblad uit aan de leerlingen.

 

De leerlingen kunnen nu zelfstandig aan het werk. Het liefst zonder hulp vd leerkracht.



 

 

Afsluiting:

De leerkracht bespreekt het werkblad met de kinderen. Wat waren de grootste verschillen tussen de boomsoorten? Waaraan zag je dit?

De kinderen frissen hun geheugen weer even op en halen terug wat er was geleerd.

 

De leerlingen moeten zelf op onderzoek uit om de juiste boom bij hun boomblad te gaan zoeken.

 

 

 

 

De leerlingen moeten het werkblad duidelijk uitgelegd krijgen, zodat ze daarna echt kunnen samenwerken. Zonder leerkracht en zonder hulp van andere leerlingen.

 

 

 

 

Bespreek de opdrachten klassikaal zodat de leerlingen weer van elkaar kunnen leren. En elkaars antwoorden kunnen vergelijken. Ga diep in op de verschillen tussen de boomsoorten en laat de leerlingen het meest aan het woord over hun bevindingen.

 

 

We beginnen in het klaslokaal. 
De leerlingen halen eerst gezamenlijk 
de vorige les terug en gaan dan in 
dezelfde groepjes aan het werk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We gaan met de leerlingen
naar het dichtstbijzijnde bos 
of park waar verschillende 
bomen te vinden zijn.

 

 

 

 

 

 

We zitten nu met de hele klas 
weer in het klaslokaal. Het is 
handig om de kinderen wel in het 
groepje te laten zitten waarin ze
ook hebben samengewerkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Proeven

Wat zou je kunnen proeven aan de boom? …………………………………...………………

Welke dingen van de boom zou je kunnen eten? ………………………….…………………

Wanneer kun je vruchten vinden bij de boom? ……………………………………………….

Welke dingen aan de boom eten wij niet maar dieren wel? …………………………………

 

Horen

Wat hoor je bij de boom? …………………………………………………………….………….

Waar staat je boom? In een bos, bij een weg, bij een huis ………………………….………

Hoor je nog andere dieren dan vogels? ………………………………………………….……

Wat zijn dat voor een geluiden? ………………………………………………………………..

 

Ruiken

Hoe ruikt de boom? Lekker? Vies? ……………………

Waar ruikt de boom naar? ………………………………

Waar ruiken de bladeren naar? …………………………………………………………….

 

Voelen

Hoe voelt de bast van de boom? ……………………………………………………………

Hoe voelen de bladeren van de boom? ……………………………………………………

Hoe voelt de grond rondom de boom? ……………………………………………………..

Voel je de zon waar je nu staat? …………………………………………………………….

Hoe voel jij je bij de boom? Maakt de boom je blij, of juist verdrietig? ………………….

…………………………………………………………………………………………………..

Weet je ook hoe deze boom heet? ………………………………………………………….    

 

 

 

 

 

Bladrand

Het ene blad heeft een andere bladrand dan de andere. Welke bladrand heeft jou boom? Omcirkel het juist antwoord.

Gaaf                 Gelobd                        Getand Gegolfd          Gezaagd

 

Bladvorm

De vorm van de bladeren hebben een naam. Welke vorm heeft jou boom?

Omcirkel het juist antwoord.

 

Langwerpig                 Parasol                        Rond              Hart                 Pijl

 

Knoppen

Welke vorm hebben de knoppen van jou boom?

Omcirkel het juist antwoord.

 

Rond               Puntig             Langwerpig                Ovaal               Lancet

 

Noten, vruchten en zaden

Bomen kunnen zachte vruchten en bessen hebben, harde noten of zwevende zaadjes. Wat

heeft jou boom: vruchten, noten of zwevende zaden?

Omcirkel het juist antwoord.

 

Zachte vruchten en bessen                 Noten               Zwevende zaden

 

Boomvorm

De vorm van een boom noemen we het silhouet. Welk silhouet heeft jou boom?

Omcirkel het juist antwoord.

 

Hart      Cirkel              Toren               Pyramide         Parasol

 

 

 

Lesvoorbereidingen voor week 4 les 3. Wereldoriëntatie.

 

School: De Kameleon
Klas: 5/6
Aantal leerlingen: 

 

Les: WO
Datum:
Tijd: 50 min

Naam lesgever:

 

 

Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.):

Ze kennen al verschillende boomsoorten. Ze gaan nu plantensoorten leren kennen.

 

Verantwoording:
Samenwerkend leren: Samenwerken in

tweetallen.
Meervoudige intelligenties: Verbaal-linguistisch, logisch mathematisch, interpersoonlijk,

visueel-ruimtelijk.
Sociaal constructivisme: Opnieuw activeren van voorkennis.
Eigentijds: Gebruik van internet of andere informatiebronnen voor info over de planten.

 

Welk materiaal ga ik gebruiken:

Wat wil ik de leerlingen leren
(doelstellingen):

De leerlingen leren verschillende 
eigenschappen en andere 
wetenswaardigheden over planten.

 

 computers, plant, informatieve boeken, showmapje, schrijfwaren.

 

       

 

Tijd:

Activiteiten leerkracht en leerlingen:

Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten:

Organisatie

10 min.

 

 

 

 

 


30 min.

 

 

 

 

 

 

10 min.

 

Inleiding:
De leerkracht blikt terug op vorige lessen. De boomsoorten zijn nu wel duidelijk. Leg uit dat er ook verschillende planten zijn.



Kern:
De leerlingen gaan in tweetallen met planten bezig. Ze krijgen allemaal een eigen plant waarbij ze informatie over moeten verzamelen.

 

 

 

Afsluiting:
De leerlingen mogen allemaal iets vertellen over hun plant en de gevonden informatie laten zien. De leerkracht bewaard de informatie in de mapjes en de leerlingen krijgen later de kans om elkaars mapjes te bekijken.

Door het thema planten in te luiden kun je als leerkracht ook de leerlingen al vragen wat ze al weten over planten? Wat voor planten ken je? Wat is het verschil tussen planten en bloemen?

 

 

 

 

Alle informatie die de kinderen vinden over de plant kunnen in een showmapje worden gedaan. De leerlingen verzamelen dus zoveel mogelijk over de eigen plant en kunnen deze informatie hierin bewaren.

 

 

De leerkracht moet de kinderen gelegenheid geven om de kinderen hun informatie te laten vertellen. Ook mogen de andere leerlingen vragen stellen aan het tweetal.


Bespreek dit klassikaal met alle leerlingen.

 

 

 

 

Laat de leerlingen in tweetallen

bij elkaar zitten met de plant. Zorg 
ervoor dat er genoeg computers 
aanwezig zijn en informatieve boeken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De leerlingen zitten nog steeds in
tweetallen met hun informatie 
en de plant. Zo kunnen de andere
leerlingen zien om welke plant het gaat.