Wereldoriëntatie week 4
Lesvoorbereidingen voor week 4 les 1. Wereldoriëntatie
|
School: De Kameleon |
Les: WO |
Naam lesgever: |
|
Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.): De leerlingen kunnen al verschillende soorten bomen benoemen en herkennen.
|
Welk materiaal ga ik gebruiken: |
Wat wil ik de leerlingen leren De kinderen iets leren over verschillende boomsoorten.
|
||
|
Internet, boeken, tijdschriften, papier, potlood, |
|
|||
|
Tijd: |
Activiteiten leerkracht en leerlingen: |
Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten: |
Organisatie |
|
10 min.
30 min.
10 min.
|
Inleiding: -Leg opdracht uit.
- Naar buiten, boom onderzoeken in 4-tallen. Op internet e.d. informatie opzoeken + werkbladen maken.
Afsluiting: Kinderen mogen een tentoonstelling maken van de informatie de ze hebben gevonden. En het aan elkaar presenteren. |
Onderstreept verschillende boomsoorten uit de buurt. Controleer of iedereen het begrepen heeft.
Kinderen mogen zelfstandig buiten een boom onderzoeken met hun groepje. Daarna mogen ze zelf in school informatie opzoeken.
De kinderen kunnen de gevonden informatie presenteren op tafels. Anderen kinderen kunnen de tentoonstelling komen bekijken en er vragen over stellen. De leerlingen zelf geven informatie over hun eigen boom.
|
In de kring. Zo kun je als leerkracht meteen zien
De kinderen mogen zelfstandig op een
Dit gebeurd in de klas. De leerlingen
|
Lesvoorbereidingen voor week 4, les 2. Wereldoriëntatie.
|
School: De Kameleon |
Les: WO |
Naam lesgever: |
|
Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.): De kinderen weten al wat over de soorten bomen, ze gaan nu de bladeren onderzoeken.
|
Welk materiaal ga ik gebruiken: |
Wat wil ik de leerlingen leren Het samenwerkingsgevoel vergroten laten werken. |
||
|
werkblad, bladeren, bomen. Potlood of pen. |
|
|||
|
Tijd: |
Activiteiten leerkracht en leerlingen: |
Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten: |
Organisatie |
|
30 min.
10 min. |
Inleiding: De leerlingen krijgen hetzelfde groepje om in te werken en een boomblad. De leerlingen moeten de bijbehorende boom bij het blad gaan zoeken.
De leerkracht legt het werkblad uit aan de leerlingen.
De leerlingen kunnen nu zelfstandig aan het werk. Het liefst zonder hulp vd leerkracht.
Afsluiting: De leerkracht bespreekt het werkblad met de kinderen. Wat waren de grootste verschillen tussen de boomsoorten? Waaraan zag je dit? |
De kinderen frissen hun geheugen weer even op en halen terug wat er was geleerd. De leerlingen moeten zelf op onderzoek uit om de juiste boom bij hun boomblad te gaan zoeken.
De leerlingen moeten het werkblad duidelijk uitgelegd krijgen, zodat ze daarna echt kunnen samenwerken. Zonder leerkracht en zonder hulp van andere leerlingen.
Bespreek de opdrachten klassikaal zodat de leerlingen weer van elkaar kunnen leren. En elkaars antwoorden kunnen vergelijken. Ga diep in op de verschillen tussen de boomsoorten en laat de leerlingen het meest aan het woord over hun bevindingen. |
We beginnen in het klaslokaal.
We gaan met de leerlingen
We zitten nu met de hele klas |
Proeven
Wat zou je kunnen proeven aan de boom? …………………………………...………………
Welke dingen van de boom zou je kunnen eten? ………………………….…………………
Wanneer kun je vruchten vinden bij de boom? ……………………………………………….
Welke dingen aan de boom eten wij niet maar dieren wel? …………………………………
Horen
Wat hoor je bij de boom? …………………………………………………………….………….
Waar staat je boom? In een bos, bij een weg, bij een huis ………………………….………
Hoor je nog andere dieren dan vogels? ………………………………………………….……
Wat zijn dat voor een geluiden? ………………………………………………………………..
Ruiken
Hoe ruikt de boom? Lekker? Vies? ……………………
Waar ruikt de boom naar? ………………………………
Waar ruiken de bladeren naar? …………………………………………………………….
Voelen
Hoe voelt de bast van de boom? ……………………………………………………………
Hoe voelen de bladeren van de boom? ……………………………………………………
Hoe voelt de grond rondom de boom? ……………………………………………………..
Voel je de zon waar je nu staat? …………………………………………………………….
Hoe voel jij je bij de boom? Maakt de boom je blij, of juist verdrietig? ………………….
…………………………………………………………………………………………………..
Weet je ook hoe deze boom heet? ………………………………………………………….
Bladrand
Het ene blad heeft een andere bladrand dan de andere. Welke bladrand heeft jou boom? Omcirkel het juist antwoord.
Gaaf Gelobd Getand Gegolfd Gezaagd
Bladvorm
De vorm van de bladeren hebben een naam. Welke vorm heeft jou boom?
Omcirkel het juist antwoord.
Langwerpig Parasol Rond Hart Pijl
Knoppen
Welke vorm hebben de knoppen van jou boom?
Omcirkel het juist antwoord.
Rond Puntig Langwerpig Ovaal Lancet
Noten, vruchten en zaden
Bomen kunnen zachte vruchten en bessen hebben, harde noten of zwevende zaadjes. Wat
heeft jou boom: vruchten, noten of zwevende zaden?
Omcirkel het juist antwoord.
Zachte vruchten en bessen Noten Zwevende zaden
Boomvorm
De vorm van een boom noemen we het silhouet. Welk silhouet heeft jou boom?
Omcirkel het juist antwoord.
Hart Cirkel Toren Pyramide Parasol
Lesvoorbereidingen voor week 4 les 3. Wereldoriëntatie.
|
School: De Kameleon |
Les: WO |
Naam lesgever: |
|
Wat kunnen/weten de leerlingen al (beginsit.): Ze kennen al verschillende boomsoorten. Ze gaan nu plantensoorten leren kennen.
|
Welk materiaal ga ik gebruiken: |
Wat wil ik de leerlingen leren De leerlingen leren verschillende
|
||
|
computers, plant, informatieve boeken, showmapje, schrijfwaren. |
|
|||
|
Tijd: |
Activiteiten leerkracht en leerlingen: |
Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten: |
Organisatie |
|
10 min.
10 min.
|
Inleiding:
Afsluiting: |
Door het thema planten in te luiden kun je als leerkracht ook de leerlingen al vragen wat ze al weten over planten? Wat voor planten ken je? Wat is het verschil tussen planten en bloemen?
Alle informatie die de kinderen vinden over de plant kunnen in een showmapje worden gedaan. De leerlingen verzamelen dus zoveel mogelijk over de eigen plant en kunnen deze informatie hierin bewaren.
De leerkracht moet de kinderen gelegenheid geven om de kinderen hun informatie te laten vertellen. Ook mogen de andere leerlingen vragen stellen aan het tweetal. |
Laat de leerlingen in tweetallen bij elkaar zitten met de plant. Zorg
De leerlingen zitten nog steeds in |